ECLI:NL:CRVB:2005:AU4218
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- C.P.J. Goorden
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WW-uitkering wegens ontbreken relevant arbeidsurenverlies bij seizoenarbeid
Appellant, werkzaam als docent in het cursorisch onderwijs, vroeg per 4 juni 2001 een WW-uitkering aan na afloop van een avondcursus. De uitkeringsinstantie weigerde deze omdat appellant volgens vaste cycli werkte zonder relevant arbeidsurenverlies, zoals bedoeld in artikel 4b van het Besluit. Tevens werd vastgesteld dat appellant niet voldeed aan de vereiste vier uit vijf-eis over de jaren 1996 en 1998, waardoor eerder toegekende deelrechten moesten worden beëindigd.
Appellant voerde aan dat zijn arbeid seizoenarbeid betrof en dat de zomerperiode als onbetaald verlof moest worden aangemerkt, wat zou leiden tot recht op uitkering. De rechtbanken verklaarden zijn beroepen ongegrond en de Centrale Raad van Beroep onderschreef dit oordeel. De Raad stelde dat de arbeid van appellant niet als seizoenarbeid kwalificeert en dat de zomerperiode geen onbetaald verlof is, maar het gevolg van het niet aanbieden van cursussen.
De Raad bevestigde dat de uitkeringsinstantie de wettelijke bepalingen correct heeft toegepast bij de berekening, herleving en beëindiging van de rechten op uitkering. Er is geen sprake van schending van het rechtszekerheidsbeginsel en appellant is niet tekortgedaan. De aangevallen uitspraken worden bevestigd en er worden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WW-uitkering wegens het ontbreken van relevant arbeidsurenverlies en het niet kwalificeren van de arbeid als seizoenarbeid.