ECLI:NL:CRVB:2005:AU4282
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- A. Beuker-Tilstra
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek eervol ontslag uit Rijkszeedienst wegens dienverplichting
Appellante, sinds 1994 werkzaam bij de Koninklijke Marine als luitenant ter zee 2e klasse, verzocht om eervol ontslag per 1 oktober 2004 vanwege gebrek aan carrièremogelijkheden en een bevorderingsstop binnen de marine. Dit verzoek werd door de Staatssecretaris van Defensie afgewezen op grond van de geldende dienverplichting en het beleid dat militairen met een dienverplichting deze moeten nakomen, tenzij bijzondere omstandigheden zich voordoen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en ook de voorzieningenrechter wees een voorlopige voorziening af. In hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep het beleid van de Staatssecretaris als aanvaardbaar beoordeeld en vastgesteld dat appellante onvoldoende concrete feiten heeft aangevoerd die een volledige verandering van haar carrièreperspectief binnen de marine aantonen. Tevens was er geen bewijs dat de Defensieorganisatie geen plaats voor haar had, daar meerdere juridische functies vacant waren.
Appellante voerde ook medische klachten aan, maar deze hadden geen betrekking op de periode voor het bestreden besluit en waren niet met medische gegevens onderbouwd. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel slaagde niet omdat appellante geen tegenargumenten had aangedragen tegen de situatie van een collega. De Raad concludeerde dat het bestreden besluit in stand kon blijven en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Het verzoek om eervol ontslag uit de Rijkszeedienst wordt afgewezen vanwege de geldende dienverplichting en het ontbreken van bijzondere omstandigheden.