ECLI:NL:CRVB:2005:AU4305
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- J.Th. Wolleswinkel
- C.P.J. Goorden
- Rechtspraak.nl
Eervol ontslag wegens vertrouwensbreuk door houding en gedrag medewerkster rechtbank
Appellante was sinds 21 juni 2001 administratief medewerkster bij de rechtbank Haarlem, werkzaam voor 18 uur per week binnen de sector Familie- en Jeugdrecht. Na een periode van problemen met haar werkhouding, waaronder frequent te laat komen, overmatig privégebruik van telefoon en e-mail op de werkplek, een negatieve houding ten opzichte van werk en cursussen, en het weigeren van overleg over haar extreem hoge ziekteverzuim, ontstond een vertrouwensbreuk met de leiding van haar sector.
Na een voornemen tot ontslag op 28 juni 2002, werd appellante bij besluit van 26 juli 2002 met ingang van 1 augustus 2002 eervol ontslagen op grond van artikel 99 van Pro het Algemeen Rijksambtenarenreglement. Het bezwaar van appellante tegen dit besluit werd bij besluit van 15 mei 2003 ongegrond verklaard, met enkele wijzigingen in de toegekende uitkeringen.
De rechtbank Zwolle verklaarde het beroep van appellante tegen het ontslagbesluit ongegrond. In hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep werd bevestigd dat de vertrouwensbreuk, gebaseerd op meerdere concrete incidenten en problemen veroorzaakt door appellante, rechtvaardigde dat haar aanstelling niet werd voortgezet. De Raad stelde vast dat geen sprake was van een persoonlijk conflict met de sectormanager, maar van een structureel probleem in de samenwerking.
Appellante had aangevoerd dat haar een nieuwe kans was toegezegd om haar functioneren te verbeteren, maar de Raad oordeelde dat dit niet tot een andere uitkomst leidde omdat zij niet bereid was haar houding en gedrag daadwerkelijk te wijzigen. De Raad wees tevens het verzoek tot vergoeding van proceskosten af en bevestigde het ontslagbesluit volledig.
Uitkomst: Het eervol ontslag van de medewerkster wordt bevestigd wegens vertrouwensbreuk door haar houding en gedrag.