ECLI:NL:CRVB:2005:AU4351
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening kinderbijslag wegens niet-ingezetenschap en niet-naleving meldplicht
Appellante, met Nederlandse nationaliteit, had zich in 1999 met haar gezin in België gevestigd en keerde begin 2004 terug naar Nederland. De SVB herzag de kinderbijslag over het eerste en tweede kwartaal 2004 omdat appellante niet als ingezetene in Nederland kon worden aangemerkt en zij niet tijdig melding had gemaakt van de beëindiging van haar dienstverband.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze herziening ongegrond, wat door appellante in hoger beroep werd aangevochten. De Raad stelde vast dat appellante niet binnen de gestelde termijn van vier weken de wijziging had gemeld, waardoor de SVB terecht tot herziening kon overgaan. De door appellante aangevoerde omstandigheden, waaronder haar detentie en psychische problemen, gaven geen dringende reden om van herziening af te zien.
De Raad oordeelde dat de economische en sociale binding met Nederland op de peildata onvoldoende was om ingezetenschap aan te nemen. De Nederlandse nationaliteit alleen is onvoldoende voor ingezetenschap. De herziening van de kinderbijslag werd daarom bevestigd.
Uitkomst: De herziening van de kinderbijslag is bevestigd omdat appellante niet als ingezetene werd aangemerkt en de meldplicht niet tijdig is nageleefd.