ECLI:NL:CRVB:2005:AU4353
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- D.J. van der Vos
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing WAZ-uitkering wegens ontbreken toegenomen arbeidsongeschiktheid na bedrijfsbeëindiging
De zaak betreft de weigering van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) om aan gedaagde een uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ) toe te kennen na beëindiging van zijn bedrijfsactiviteiten.
Gedaagde was veehouder en had eerder een arbeidsongeschiktheidsuitkering ontvangen. Na het beëindigen van zijn bedrijf in 1999 verzocht hij om een nieuwe WAZ-uitkering. Het UWV weigerde deze op grond van artikel 20 WAZ Pro omdat geen sprake was van toegenomen beperkingen. De rechtbank stelde echter dat gedaagde weer arbeidsongeschikt was geworden en vernietigde het besluit.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat artikel 20 WAZ Pro ziet op het herintreden van arbeidsongeschiktheid met toename van de medische beperkingen die ten grondslag lagen aan de eerdere uitkering. Uit het dossier blijkt geen toename van beperkingen, noch een medische noodzaak voor het staken van het bedrijf. Daarom is de weigering van de uitkering terecht en wordt het hoger beroep van het UWV gegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep van het UWV wordt gegrond verklaard en het verzoek om WAZ-uitkering afgewezen wegens ontbreken van toegenomen beperkingen.