ECLI:NL:CRVB:2005:AU4360
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wullfraat-van Dijk
- M.C. Bruning
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering onverschuldigde WAZ-uitkering en toepassing artikel 58 WAZ
De zaak betreft de vraag of bij de toepassing van artikel 58 van Pro de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ) een bedrag van f 10.581 ten onrechte is meegerekend als onderdeel van de normale jaarwinst van appellant over 1999. Gedaagde had de arbeidsongeschiktheidsuitkering van appellant over 1999 op nihil gesteld en een bedrag van f 22.864,40 aan onverschuldigd betaalde uitkering teruggevorderd.
De rechtbank had geoordeeld dat het bedrag niet als stakingswinst kon worden aangemerkt omdat het niet was vrijgekomen in het kader van bedrijfsbeëindiging, maar als een wisseling van gewasteelt moest worden gezien. De fiscale acceptatie van het bedrag als stakingswinst was volgens de rechtbank een beoordelingsfout van de fiscus, waardoor van een bijzonder geval sprake was en het bedrag niet als uitgangspunt kon dienen.
De Centrale Raad van Beroep sluit zich aan bij deze beoordeling en bevestigt dat het bedrag van f 10.581 niet tot de normale jaarwinst behoort. Tevens oordeelt de Raad dat de terugvordering van f 14.403,32 aan onverschuldigd betaalde WAZ-uitkering rechtmatig is, omdat geen dringende redenen zijn om hiervan af te zien.
De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart de bestreden besluiten in stand, waarbij geen toepassing wordt gegeven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het bedrag van f 10.581 niet tot de normale jaarwinst behoort en dat de terugvordering van f 14.403,32 aan onverschuldigde WAZ-uitkering rechtmatig is.