ECLI:NL:CRVB:2005:AU4393
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- M.C. Bruning
- Rechtspraak.nl
Onjuiste betrokkenheid van WAO-aanspraken bij besluit Ziektewet
Gedaagde meldde zich op 3 maart 2003 ziek vanuit een Werkloosheidswet-uitkeringssituatie met depressieve en lichamelijke klachten. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) besloot op 23 april 2003 het ziekengeld per 14 april 2003 stop te zetten, omdat gedaagde geschikt werd geacht voor eerdere functies. De rechtbank vernietigde dit besluit en oordeelde dat ook aanspraken op de WAO bij het geding betrokken moesten worden, wat leidde tot vernietiging van het bestreden besluit.
Het Uwv kwam in hoger beroep en stelde dat de rechtbank ten onrechte de WAO-aanspraken betrok bij een besluit dat uitsluitend ter uitvoering van de Ziektewet genomen was. De Raad bevestigde dat gedaagde bij ziekmelding verzekerd was ingevolge de Ziektewet en dat het besluit van 23 april 2003 een besluit ter uitvoering van die wet was. Het betrekken van WAO-aanspraken in dit geding was onjuist.
De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werden geen proceskosten toegekend. Het oordeel benadrukt dat aanspraken op de WAO en de Ziektewet in verschillende procedures beoordeeld moeten worden, ook al kunnen besluiten parallel lopen.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard omdat WAO-aanspraken ten onrechte in het Ziektewet-geding zijn betrokken.