ECLI:NL:CRVB:2005:AU4394
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- M.C. Bruning
- Rechtspraak.nl
Geen loondoorbetalingsverplichting bij ontbreken duurzaam beschikbare reïntegratiemogelijkheden
De werknemer S. viel op 16 april 2002 uit wegens rugklachten en diende op 16 januari 2003 een WAO-uitkeringsaanvraag in, vergezeld van een reïntegratieverslag van Arboned. De verzekeringsarts concludeerde dat de bedrijfsarts ten onrechte had vastgesteld dat er geen duurzaam benutbare mogelijkheden voor reïntegratie waren en dat er onterecht geen reïntegratieactiviteiten waren ontplooid.
Op 28 februari 2003 legde het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) een loondoorbetalingsverplichting op en wees de WAO-aanvraag af. De rechtbank verklaarde het beroep van de werknemer gegrond en vernietigde het besluit. De werkgever en werknemer waren het erover eens dat reïntegratie in het eigen bedrijf niet mogelijk was en dat de reïntegratieverplichting tweede spoor niet op de werkgever rustte.
In hoger beroep betoogde het UWV dat de rechtbank de primaire grondslag van het besluit niet had beoordeeld en dat de reïntegratieverplichting tweede spoor wel op de werkgever rustte. De Raad oordeelde dat de Probleemanalyse geen grondslag bood voor de loondoorbetalingsverplichting en bevestigde dat de reïntegratieverplichting tweede spoor niet bij de werkgever lag, omdat de werknemer vóór 1 januari 2003 arbeidsongeschikt werd en de werkgever geen schriftelijke verantwoordelijkheid had genomen.
De Raad veroordeelde het UWV in de proceskosten van de werknemer en bevestigde het vonnis van de rechtbank. Er was geen grondslag voor het opleggen van een loondoorbetalingssanctie aan de werkgever.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat geen loondoorbetalingsverplichting bestaat wegens het ontbreken van duurzaam beschikbare reïntegratiemogelijkheden en geen reïntegratieverplichting tweede spoor voor de werkgever.