ECLI:NL:CRVB:2005:AU4508
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering AAW/WAO-uitkering wegens ontbreken verzekering op eerste arbeidsongeschiktheidsdag
Appellant verzocht om een AAW/WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid sinds 1981. Gedaagde weigerde de uitkering omdat appellant op de eerste arbeidsongeschiktheidsdag, vastgesteld op of na 1 januari 1985, niet verzekerd was. Appellant maakte geen bezwaar tegen dit besluit.
Later werd een verzoek tot herziening ingediend met nieuwe medische stukken die zouden aantonen dat de arbeidsongeschiktheid reeds in 1981 begon. Gedaagde wees dit verzoek af omdat deze medische stukken niet als nieuwe feiten of veranderde omstandigheden in de zin van artikel 4:6 Awb Pro konden worden beschouwd.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en appellant ging in hoger beroep. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de medische stukken reeds bekend waren of bekend hadden kunnen zijn bij de eerste aanvraag en dat het bestuursorgaan terecht het verzoek tot herziening afwees.
De Raad benadrukte dat de kennelijke onjuistheid van het oorspronkelijke besluit geen zelfstandige grond is voor herziening. Het hoger beroep werd afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.
De Raad vond geen aanleiding om toepassing te geven aan artikel 8:75 Awb Pro en bevestigde de weigering van de AAW/WAO-uitkering.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de AAW/WAO-uitkering wegens ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.