ECLI:NL:CRVB:2005:AU4509
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering kinderbijslag wegens uitwonende kinderen zonder voldoende onderhoudsbewijs
Appellante woonde in Nederland terwijl haar vijf kinderen sinds 1999 en 2000 in Marokko bij een tante woonden om onderwijs te volgen. De Sociale verzekeringsbank (gedaagde) schortte en beëindigde de kinderbijslag omdat appellante niet kon aantonen dat zij de kinderen in belangrijke mate onderhoudt.
Appellante voerde aan dat zij nog steeds één huishouden vormt met haar kinderen, gezien haar regelmatige contact en bezoek, en dat zij bijdraagt in de onderhoudskosten. De rechtbank en later de Centrale Raad van Beroep oordeelden dat het begrip huishouden ziet op feitelijk samenwonen, wat hier niet het geval was.
De Raad benadrukte dat voor niet in het huishouden wonende kinderen eenvoudig controleerbaar bewijs van onderhoud vereist is, zoals kwartaalbetalingen via postwissel of bank. Appellante leverde dit bewijs niet, waardoor het recht op kinderbijslag terecht werd beëindigd.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het bestreden besluit bevestigd. Er was geen grond voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro en geen reden om de beslissing te wijzigen.
Uitkomst: Het recht op kinderbijslag is beëindigd omdat appellante onvoldoende bewijs leverde van onderhoud van haar uitwonende kinderen.