ECLI:NL:CRVB:2005:AU4672
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering bijstandsuitkering wegens twijfel over woonplaats
Appellant vroeg op 23 september 2002 een bijstandsuitkering aan bij de gemeente Hellevoetsluis. De gemeente weigerde de uitkering op grond dat appellant niet daadwerkelijk woonachtig zou zijn in de gemeente. Dit werd onderzocht aan de hand van een anonieme tip, observaties, een huisbezoek en energieverbruikgegevens. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de stukken onvoldoende grond boden om te concluderen dat appellant geen woonplaats had in de gemeente, waardoor het besluit tot afwijzing van de aanvraag vernietigd moest worden. Desondanks liet de Raad de rechtsgevolgen van het besluit in stand vanwege de schending van de inlichtingenplicht door appellant, die geen feitelijke bewoning kon aantonen.
Daarnaast werd een latere aanvraag van appellant op 22 januari 2003 afgewezen omdat geen nieuwe feiten of omstandigheden waren gemeld. De Raad bevestigde dat deze afwijzing terecht was. Tot slot werd de gemeente veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot weigering van de bijstandsuitkering wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.