ECLI:NL:CRVB:2005:AU4711
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- H.G. Rottier
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van omvang arbeidsovereenkomst na conversie oproepovereenkomst en gevolgen voor WW-uitkering
Appellant was werkloos geworden na afloop van een tijdelijk dienstverband en ontving een WW-uitkering gebaseerd op 36,31 arbeidsuren per week. Vervolgens sloot hij met zijn werkgever een oproepovereenkomst waarbij hij op afroep arbeid verrichtte. Na meerdere oproepen ontstond op grond van artikel 7:668a BW een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Gedaagde stelde dat deze overeenkomst een omvang had van 14,5 uur per week, leidend tot een blijvende korting van de WW-uitkering met dat aantal uren.
Appellant betwistte het blijvende karakter van deze korting en voerde aan dat de omvang van de arbeidsovereenkomst niet zonder meer gelijk kan worden gesteld aan de uren van de vierde oproep, mede omdat de oproepovereenkomst een wisselende arbeidsomvang kent en er geen afspraken over de omvang na conversie waren gemaakt. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat gedaagde onvoldoende had gemotiveerd waarom de omvang van de arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd gelijk zou zijn aan 14,5 uur per week. De Raad benadrukte dat de oproepovereenkomst een wisselend karakter heeft en dat de werkgever niet zonder meer gehouden is tot loonbetaling over 14,5 uur per week zonder daadwerkelijke arbeid. Bovendien ontbrak overleg tussen partijen over de arbeidsomvang na conversie.
De Raad stelde vast dat appellant niet had aangetoond dat hij bereid was de arbeid te verrichten en dit ook niet adequaat aan de werkgever had kenbaar gemaakt, waardoor geen recht op loonbetaling over niet-gewerkte uren bestond. Het besluit van gedaagde ontbeerde een deugdelijke grondslag en werd vernietigd. Gedaagde werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het besluit tot blijvende korting van de WW-uitkering met 14,5 uur per week wordt vernietigd en het UWV moet een nieuw besluit nemen.