ECLI:NL:CRVB:2005:AU4714
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- B.M. van Dun
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verwijtbare werkloosheid wegens vertrouwensbreuk en onvoldoende functioneren accountmanager
Appellant was accountmanager bij Guilbert B.V. en werd op verzoek van de werkgever door de kantonrechter ontslagen wegens vertrouwensbreuk en onvoldoende functioneren. De vertrouwensbreuk ontstond door buitensporig privégebruik van een door de werkgever bekostigde mobiele telefoon, vooral voor gesprekken met een telefoniste van een zusteronderneming. Daarnaast was er al langere tijd kritiek op het functioneren van appellant, die onvoldoende verbetering liet zien ondanks herhaalde waarschuwingen en een andere klantgroep.
Appellant vroeg een WW-uitkering aan, die door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen werd geweigerd wegens verwijtbare werkloosheid. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel in hoger beroep. De Raad oordeelde dat appellant redelijkerwijs had moeten begrijpen dat zijn gedrag tot ontslag zou leiden, mede vanwege het buitensporige telefoonverkeer en het niet verstrekken van inzicht in de privé-telefoonrekeningen.
Appellant voerde verweer dat hij normaal functioneerde, dat de hoge telefoonrekening deels door zijn dochter kwam en dat hij niet eerder was aangesproken op zijn telefoongebruik. Deze stellingen werden door de Raad niet overtuigend geacht. De Raad vond voldoende bewijs dat appellant sinds 2000 niet naar tevredenheid functioneerde en dat hij verwijtbaar werkloos is geworden volgens de WW.
De Raad bevestigde het besluit van het Uitvoeringsinstituut en wees een vergoeding van proceskosten af. Hiermee blijft de weigering van de WW-uitkering in stand.
Uitkomst: De WW-uitkering wordt geweigerd wegens verwijtbare werkloosheid door vertrouwensbreuk en onvoldoende functioneren.