ECLI:NL:CRVB:2005:AU4765
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- Rechtspraak.nl
Herziening nabestaandenuitkering met terugwerkende kracht wegens hogere WAO-inkomsten
Appellante ontving een ANW-uitkering die sinds 1998 inkomensafhankelijk is en werd gekort vanwege haar WAO-uitkering. Na ontdekking dat haar WAO-uitkering hoger was dan aanvankelijk aangenomen, herzag de Sociale Verzekeringsbank (SVB) haar ANW-uitkering met terugwerkende kracht vanaf januari 1999. Dit leidde tot terugvordering van te veel betaalde uitkeringen. Het bestreden besluit handhaafde deze herziening, maar de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
De Raad oordeelt echter dat de herziening over de periode april 2000 tot oktober 2001 kennelijk onredelijk was en dat de SVB deze periode slechts gedeeltelijk mocht herzien. Tevens stelt de Raad vast dat ook over de periode januari 1999 tot maart 2000 een ernstig verwijt aan de SVB kan worden gemaakt wegens onvoldoende onderzoek naar periodieke verhogingen van de WAO-uitkering.
De Raad benadrukt dat het vertrouwens- en rechtszekerheidsbeginsel meebrengt dat volledige terugwerkende kracht niet passend is indien de betrokkene zijn verplichtingen is nagekomen en niet kon begrijpen dat de uitkering onterecht was. De Raad vernietigt het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank en beveelt een nieuw besluit waarbij deze overwegingen worden betrokken. Tevens veroordeelt de Raad de SVB in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het besluit tot volledige terugwerkende herziening van de ANW-uitkering wordt vernietigd en de SVB moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van rechtszekerheid en vertrouwensbeginsel.