ECLI:NL:CRVB:2005:AU4782
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten premiedifferentiatie WAO wegens onvoldoende motivering en medische onderbouwing
Appellante betwist de rechtmatigheid van de vastgestelde gedifferentieerde WAO-premies voor de jaren 1999, 2000 en 2001, gebaseerd op WAO-uitkeringen aan voormalige werknemers. De medische gegevens waarop de besluiten steunen zijn summier en onvoldoende gemotiveerd, met name ten aanzien van de arbeidsongeschiktheid van twee ex-werknemers. De rechtbank had de beroepen ongegrond verklaard, maar de Raad concludeert dat de besluiten 2 en 3 in strijd zijn met artikel 87e van de WAO en onvoldoende zijn gemotiveerd volgens de Awb.
De Raad stelt vast dat de medische stukken niet volledig zijn en dat belangrijke aspecten, zoals mogelijke arbeidsongeschiktheid bij indiensttreding en periodes van werken met volledig salaris, onvoldoende zijn betrokken in de besluitvorming. De arts-gemachtigde van appellante had deze punten aangevoerd, maar deze zijn door de verzekeringsarts onvoldoende gemotiveerd weerlegd. Hierdoor is de besluitvorming niet zorgvuldig genoeg geweest.
De Raad vernietigt daarom de bestreden uitspraak en de besluiten 1, 2 en 3 en gelast gedaagde nieuwe besluiten op bezwaar te nemen, met inachtneming van deze uitspraak. Tevens veroordeelt de Raad gedaagde in de proceskosten van appellante en bepaalt dat het betaalde griffierecht wordt vergoed.
Uitkomst: De besluiten over de premiedifferentiatie WAO worden vernietigd en gedaagde moet nieuwe besluiten nemen.