ECLI:NL:CRVB:2005:AU4838
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. ’t Hooft
- R.M. van Male
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vergoeding endoscopische lumbale hernia-operatie wegens gebrek aan gebruikelijkheid
De zaak betreft een geschil tussen de Stichting Centrale Zorgverzekeraars Groep en een verzekerde over de vergoeding van een endoscopische lumbale hernia-operatie uitgevoerd in Duitsland. De Stichting had de aanvraag voor vergoeding afgewezen omdat de behandeling niet gebruikelijk was binnen de beroepsgroep en niet viel onder de Ziekenfondswet (Zfw).
De rechtbank had het beroep van de verzekerde gegrond verklaard op basis van het arrest van het Hof van Justitie in de zaak Smits en Peerbooms, waarbij werd geoordeeld dat de operatie als gebruikelijke behandeling kon worden beschouwd. De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat ten tijde van het besluit onvoldoende wetenschappelijke onderbouwing bestond om de behandeling als gebruikelijk te kwalificeren.
De Raad baseert zich op uitgebreid literatuuronderzoek en adviezen van het College voor Zorgverzekeringen (CvZ), dat concludeerde dat de endoscopische techniek in 2000-2001 nog experimenteel was en pas in 2002 als gebruikelijk kon worden aangemerkt. De Raad bevestigt het vernietigde besluit van de Stichting en wijst de vergoeding af. Tevens veroordeelt de Raad de Stichting in de proceskosten van de verzekerde.
Uitkomst: De vergoeding van de endoscopische lumbale hernia-operatie wordt afgewezen omdat de behandeling ten tijde van het geschil niet als gebruikelijk werd beschouwd.