ECLI:NL:CRVB:2005:AU5103
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- M.C. Bruning
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering onverschuldigde WAO-uitkering zonder dringende reden
Appellante ontving vanaf 4 augustus 1997 een WAO-uitkering van Cadans, die later werd ingetrokken omdat GAK Nederland B.V. de bevoegde uitvoeringsinstelling bleek te zijn. Gedaagde vorderde het onverschuldigd betaalde bedrag van €17.156,44 terug. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat terugvordering verplicht is tenzij sprake is van dringende redenen.
In hoger beroep stelde appellante dat fouten door uitkeringsinstanties haar niet aansprakelijk stellen voor dubbele uitkering en dat belastinginhouding ontbrak. De Raad overwoog dat het besluit tot intrekking inmiddels onherroepelijk is en dat terugvordering op grond van artikel 57 WAO Pro verplicht is, tenzij dringende redenen aanwezig zijn.
De Raad concludeerde dat appellante geen bewijs leverde van onaanvaardbare financiële gevolgen en dat een inkomens- en vermogensonderzoek en maandelijkse aflossing van €366 aantonen dat terugbetaling mogelijk is. Ook een fout van gedaagde en het ontbreken van belastinginhouding vormen geen dringende reden. De Raad bevestigt daarom het bestreden vonnis en wijst het beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van de onverschuldigde WAO-uitkering omdat geen dringende reden is aangetoond om hiervan af te zien.