ECLI:NL:CRVB:2005:AU5112
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- C.D.A. Bos
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit over terugwerkende kracht AOW-pensioen en toekenning rente
Appellante had haar AOW-pensioen aangevraagd met terugwerkende kracht, maar de Sociale verzekeringsbank (SVB) kende dit toe met een korting wegens een periode van niet-verzekering. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellante hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad oordeelde dat het SVB nalatig was geweest door niet tijdig het pensioen toe te kennen vanaf de datum waarop appellante voldeed aan de voorwaarden. Het besluit van 9 september 2005, waarin de ingangsdatum werd vastgesteld op 1 juli 1999, was onvoldoende gemotiveerd en in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel. Daarom werd dit besluit vernietigd.
De Raad bepaalde dat het SVB een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van de overwegingen in deze uitspraak. Tevens werd vastgesteld dat de SVB wettelijke rente verschuldigd is over de periode van niet-betaalde uitkeringen en dat een deel van de proceskosten, waaronder reiskosten van de gemachtigde, aan appellante wordt vergoed.
De oorspronkelijke afwijzing van de AOW-aanvraag in 1996 werd als onterecht beoordeeld, en het SVB werd veroordeeld om de schadevergoeding en proceskosten te betalen. De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige en gemotiveerde besluitvorming door bestuursorganen bij het toekennen van sociale zekerheidsuitkeringen.
Uitkomst: Het besluit over de ingangsdatum van het AOW-pensioen wordt vernietigd en de Sociale verzekeringsbank wordt veroordeeld tot betaling van wettelijke rente en proceskosten.