ECLI:NL:CRVB:2005:AU5219
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- M.M. van der Kade
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant, die sinds 1991 een WAO-uitkering ontving wegens psychische klachten, kreeg deze uitkering in 2002 ingetrokken omdat zijn arbeidsongeschiktheid minder dan 15% bedroeg. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep benoemde de Raad een psychiater die appellant onderzocht en concludeerde dat appellant een paranoïde persoonlijkheidsstoornis heeft, maar dat zijn belastbaarheid en de voorgestelde functies passend zijn.
De Raad oordeelt dat de deskundigenrapporten betrouwbaar zijn en dat appellant geen tegenbewijs heeft geleverd dat het oordeel van de deskundige ondermijnt. Daarom is de belastbaarheid niet overschat en is appellant geschikt voor de voorgestelde functies. Het hoger beroep wordt afgewezen en de intrekking van de WAO-uitkering bevestigd.
De Raad ziet geen aanleiding tot toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en bevestigt de uitspraak van de rechtbank Almelo van 16 april 2003.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd omdat appellant geschikt wordt geacht voor de voorgestelde functies.