ECLI:NL:CRVB:2005:AU5226
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- M.C. Bruning
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering na eerstejaarsherbeoordeling wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante ontving een WAO-uitkering vanwege een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%, vastgesteld na uitval met migraine en cervicale discopathie. Na een eerstejaarsherbeoordeling werd de uitkering ingetrokken omdat de mate van arbeidsongeschiktheid was gedaald tot minder dan 15%.
Appellante voerde aan dat haar medische klachten, waaronder zware hoofdpijnen en nekklachten, ongewijzigd waren en dat zij daardoor niet aan het normale arbeidsproces kon deelnemen. Tevens betwistte zij de arbeidskundige grondslag van de schatting, met name de selectie van functies en het ontbreken van een reductiefactor.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de medische beperkingen en de geselecteerde functies juist waren vastgesteld. De Raad sloot zich hierbij aan, oordeelde dat er onvoldoende grond was om aan de medische beoordeling te twijfelen en bevestigde dat de arbeidskundige schatting actueel en passend was. De Raad wees ook het beroep op een reductiefactor af en bevestigde het bestreden besluit tot intrekking van de uitkering.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%.