ECLI:NL:CRVB:2005:AU5289
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek voorlopige voorziening wegens te late betaling griffierecht
De voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep behandelde het verzoek om toepassing van artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht in samenhang met artikel 21 van Pro de Beroepswet. Verzoeker had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Almelo en verzocht om een voorlopige voorziening.
Tijdens de mondelinge behandeling werd uitsluitend de tijdigheid van de betaling van het griffierecht aan de orde gesteld. Verzoeker was meerdere malen gewezen op de verschuldigdheid en de termijn van betaling van het griffierecht van €103,-. Ondanks deze waarschuwingen werd het griffierecht niet binnen de voorgeschreven termijn van twee weken betaald.
De Raad stelde vast dat het griffierecht pas na de termijn op 3 oktober 2005 was bijgeschreven. Omdat niet kon worden geoordeeld dat verzoeker niet in verzuim was, werd het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk verklaard. Toepassing van artikel 8:75 Awb Pro werd niet passend geacht.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late betaling van het griffierecht.