ECLI:NL:CRVB:2005:AU5304
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- J.Th. Wolleswinkel
- K.J. Kraan
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek beroepsziekte en aanvullende WAO-uitkering politieambtenaar
Appellante, werkzaam als medewerker publieksservice bij een politiebureau, viel in augustus 1999 uit wegens polsklachten en kreeg in 2001 eervol ontslag wegens ziekte. Zij verzocht haar ziekte als beroepsziekte aan te merken en om een aanvulling op haar WAO-uitkering en smartengeld, maar deze verzoeken werden afgewezen door de korpsbeheerder.
De rechtbank vernietigde een besluit over bezwaar niet-ontvankelijkheid, maar verklaarde het beroep tegen de afwijzing van de aanvulling en smartengeld ongegrond. In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep deze beslissing.
De Raad oordeelt dat onvoldoende objectief oorzakelijk verband is aangetoond tussen de ziekte en de aard van het werk of bijzondere werkomstandigheden. Medische verklaringen en een werkplekonderzoek boden geen overtuigend bewijs van een beroepsziekte. De aard van het werk en de tijdelijke werkplekproblemen konden het ziektebeeld niet verklaren.
De Raad concludeert dat het bestreden besluit terecht in stand is gelaten en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Er wordt geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het verzoek om erkenning van de ziekte als beroepsziekte en aanvullende WAO-uitkering wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.