ECLI:NL:CRVB:2023:734
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen erkenning van schouderklachten als beroepsziekte en afwijzing schadevergoeding ambtenaar
Appellant, werkzaam bij het Openbaar Ministerie, kreeg in 2015 schouderklachten na een tennissessie en meldde zich ziek in 2016. Na medische onderzoeken en een operatie werd zijn bezoldiging in 2017 met 30% gekort vanwege langdurige arbeidsongeschiktheid. Appellant verzocht om erkenning van zijn klachten als beroepsziekte en schadevergoeding, maar de minister wees dit af.
De rechtbank benoemde een onafhankelijke deskundige, orthopedisch chirurg Reimering, die concludeerde dat de klachten waarschijnlijk veroorzaakt zijn door een degeneratieve cuff en een plotseling trauma tijdens tennis, niet door werkomstandigheden. De rechtbank volgde dit oordeel en verklaarde het bezwaar ongegrond en het schadeverzoek afgewezen.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dat geen sprake is van een beroepsziekte, omdat geen causaal verband bestaat tussen de klachten en de aard van het werk of werkomstandigheden. Ook de medische verklaringen die appellant aanvoerde waren onvoldoende onderbouwd. De Raad oordeelde dat de minister terecht de bezoldiging had gekort en het schadeverzoek mocht afwijzen.
De Raad corrigeerde een kennelijke misslag in het dictum van de rechtbank maar liet de uitspraak in stand. Appellant kreeg geen vergoeding van proceskosten. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer op 20 april 2023.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de schouderklachten geen beroepsziekte zijn en wijst het verzoek om schadevergoeding af.