ECLI:NL:CRVB:2005:AU5488
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vergoeding proceskosten na intrekking besluit wegens onrechtmatigheid
Appellante had bezwaar gemaakt tegen een besluit van 23 juli 2002 waarin zij ontheffing van bepaalde verplichtingen werd geweigerd. De gemeente Leeuwarden herzag dit besluit en trok het in met een nieuw besluit van 10 oktober 2002, waarin volledige ontheffing werd verleend. Desondanks werd het bezwaar tegen het oorspronkelijke besluit niet-ontvankelijk verklaard en werd het verzoek om vergoeding van de kosten van het bezwaar afgewezen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de gemeente bevoegd was het besluit in te trekken en dat appellante daardoor geen belang meer had bij het bezwaar tegen het ingetrokken besluit. Wel is vastgesteld dat de intrekking het gevolg was van een aan de gemeente toe te rekenen onrechtmatigheid. Hierdoor had appellante recht op vergoeding van de kosten die zij redelijkerwijs heeft moeten maken in verband met de bezwaarprocedure.
De Raad vernietigt de eerdere uitspraak en het besluit tot afwijzing van de kostenvergoeding. Tevens veroordeelt hij de gemeente Leeuwarden tot betaling van de proceskosten van appellante voor bezwaar, beroep en hoger beroep, inclusief het betaalde griffierecht. Hiermee wordt de rechtsbescherming van appellante versterkt en wordt het bestuursorgaan aangesproken op haar onrechtmatig handelen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt het besluit tot afwijzing van de kostenvergoeding en veroordeelt de gemeente Leeuwarden tot betaling van de proceskosten.