ECLI:NL:CRVB:2005:AU5492
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- C. van Viegen
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit over ingangsdatum bijstandsuitkering na late aanvraag
Appellante meldde zich op 10 juni 2002 bij de gemeente Zaanstad om bijstand aan te vragen, maar diende de aanvraag niet direct in omdat zij eerst een AOW-uitkering wilde aanvragen. De Sociale Verzekeringsbank wees de AOW-aanvraag op 3 juli 2002 af. Pas op 2 januari 2003 vroeg appellante bijstand aan. Gedaagde kende de bijstand toe met ingang van 2 januari 2003, waarop appellante bezwaar maakte omdat zij vond dat de bijstand vanaf 10 juni 2002 toegekend moest worden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en appellante ging in hoger beroep. De Raad oordeelde dat op grond van artikel 68a Abw bijstand wordt toegekend vanaf de dag van melding, tenzij de aanvraag niet spoedig is ingediend en dit de belanghebbende te verwijten valt. Omdat appellante de aanvraag pas na ruim zes maanden indiende, en zij geen geldige reden had voor deze vertraging, was het redelijk dat de bijstand pas vanaf 2 januari 2003 werd toegekend.
De Raad vond ook dat het besluit van 22 april 2003 volgens de regels van de Algemene wet bestuursrecht tot stand was gekomen, inclusief een juiste hoorzitting. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De aangevallen uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: De bijstand wordt toegekend vanaf 2 januari 2003 omdat appellante de aanvraag niet tijdig heeft ingediend en dit haar te verwijten is.