ECLI:NL:CRVB:2005:AU5511
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling-Brouwer
- R.P.Th. Elshoff
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking militair invaliditeitspensioen wegens ontbreken verergerend dienstverband
Appellant stelde hoger beroep in tegen de intrekking van zijn militair invaliditeitspensioen en de niet-ontvankelijkverklaring van zijn bezwaar tegen de ingangsdatum van dat pensioen. De kern van het geschil betrof de vraag of het werken met zware panelen van Bailey-bruggen tussen 1946 en 1949 heeft bijgedragen aan de elleboogklachten, zodanig dat sprake zou zijn van een verergerend dienstverband.
De Raad baseerde zich op de feiten en medische vaststellingen van de rechtbank, waaronder dat appellant lijdt aan een synoviale chrondomatosis en artrose van de ellebooggewrichten, aandoeningen zonder oorzakelijk verband met zijn militaire dienst. De door de gemachtigde van appellant in eerste aanleg uitdrukkelijk aanvaarde medische diagnoses konden in hoger beroep niet worden herzien, tenzij nieuwe medische feiten zouden zijn opgedoken, wat niet het geval was.
Daarnaast werd gewezen op een eerdere onaantastbare rechterlijke uitspraak uit 1979 waarin werd vastgesteld dat er geen verband bestaat tussen een dienstongeval in 1948 en de elleboogklachten. De Raad onderschreef de uitgebreide overwegingen van de rechtbank en vond dat de intrekking van het pensioen terecht was, mede omdat de toekenning eerder was gebaseerd op een medisch advies dat geen nieuwe medische inzichten bevatte en in strijd was met de eerdere rechterlijke uitspraak.
De Raad zag geen grond om proceskosten toe te kennen en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Hiermee werd het beroep van appellant ongegrond verklaard.
Uitkomst: De intrekking van het militair invaliditeitspensioen wordt bevestigd wegens ontbreken van een verergerend dienstverband.