ECLI:NL:CRVB:2005:AU5570
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling indeling als kleine werkgever en juistheid gedifferentieerde WAO-premie
Het geschil betreft de vraag of een werkgever terecht is ingedeeld in de categorie kleine werkgevers voor de toepassing van de gedifferentieerde WAO-premie over het premiejaar 2003. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (appellant) stelde dat de indeling correct was en dat de verschuldigde premie van 2,38% juist was vastgesteld.
De rechtbank Rotterdam had het beroep van appellant gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd, stellende dat artikel 4a van het Besluit premiedifferentiatie WAO in strijd was met artikel 78 van Pro de WAO. Appellant stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat het hoger beroep slaagt en verwees naar een eerdere uitspraak waarin werd bevestigd dat er sinds de invoering van de gedifferentieerde WAO-premie in 1998 altijd onderscheid is gemaakt tussen kleine en grote werkgevers. De Raad verwierp het beroep op het gelijkheidsbeginsel omdat er objectieve rechtvaardigingsgronden zijn voor het verschil in behandeling.
Daarmee vernietigde de Raad het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van appellant ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Het geschil is daarmee definitief beslecht in het voordeel van appellant.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit gehandhaafd.