ECLI:NL:CRVB:2005:AT2417
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- R.C. Stam
- E. Aardema
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugwerkende kracht wetswijziging premiedifferentiatie WAO voor kleine werkgevers
Appellant, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, stelde voor het premiejaar 2003 de gedifferentieerde premie voor gedaagde, een kleine werkgever, vast op 2,38%. Gedaagde stelde bezwaar tegen de nihilstelling van de opslag en korting voor kleine werkgevers in artikel 4a van het Besluit premiedifferentiatie WAO, die door de rechtbank Breda niet werd erkend. De rechtbank vernietigde het besluit en oordeelde dat artikel 4a vanwege strijd met artikel 78 WAO Pro buiten toepassing moest blijven.
In hoger beroep bestreed appellant dit oordeel en verwees naar de wet van 29 juni 2004, die met terugwerkende kracht tot 1 januari 2003 artikel 78 WAO Pro wijzigde. Gedaagde voerde aan dat deze terugwerkende kracht in strijd was met het EVRM. De Raad overwoog dat de wetswijziging geen materiële wijziging van het recht bewerkstelligde, maar slechts een verduidelijking was, waardoor artikel 4a in overeenstemming is met het nationale recht.
De Raad analyseerde de wettelijke tekst en wetsgeschiedenis en concludeerde dat artikel 78 WAO Pro ruimte laat voor nihilstelling van opslag en korting voor kleine werkgevers. De wetgever voorzag in mechanismen die individuele premieberekening afzwakken en erkende dat voor kleine werkgevers de opslag nihil kan zijn. De Raad verklaarde het hoger beroep ongegrond en vernietigde de uitspraak van de rechtbank, zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de nihilstelling van de premieopslag voor kleine werkgevers is rechtsgeldig.