ECLI:NL:CRVB:2005:AU5571
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- J. Janssen
- D.J. van der Vos
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkheidsverklaring hoger beroep wegens ontbreken machtiging
Opposant heeft namens betrokkene hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam. De Raad verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk omdat opposant geen geldige machtiging overlegde en tevens geen gronden van het hoger beroep indiende.
Opposant diende verzet in tegen deze niet-ontvankelijkheidsverklaring, stellende dat de machtiging niet tijdig kon worden ingediend vanwege psychische klachten van betrokkene. De Raad oordeelde dat opposant tijdig om verlenging had moeten verzoeken en dat het late indienen van de machtiging en gronden niets aan de situatie verandert.
De Raad concludeerde dat opposant niet tijdig heeft gehandeld en dat het verzet ongegrond is. Er waren geen omstandigheden aanwezig om een termijnverlenging toe te staan. De uitspraak van 29 april 2005 blijft daarmee in stand.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkheidsverklaring van het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.