Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2005:AU5581

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
28 oktober 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
04/4157 ANW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verzet
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 21 BeroepswetArt. 8:55 AwbArt. 8:75 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens overschrijding beroepstermijn ongegrond verklaard

Opposant had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam, maar dit hoger beroep werd door de Raad niet-ontvankelijk verklaard omdat het niet binnen de wettelijke beroepstermijn was ingediend.

Hiertegen stelde opposant verzet in, waarbij hij aanvoerde dat hij de uitspraak laat had ontvangen en daardoor niet tijdig hoger beroep kon instellen. De Raad stelde opposant in de gelegenheid om nadere gronden voor het overschrijden van de beroepstermijn aan te voeren, maar opposant deed dit niet.

De Raad concludeerde dat er geen gegronde reden was om het verzet toe te wijzen en bevestigde de eerdere beslissing dat het hoger beroep terecht niet-ontvankelijk was verklaard. Het verzet werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen nieuwe beschikking gegeven.

Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wegens overschrijding van de beroepstermijn wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

04/4157 ANW
U I T S P R A A K
met toepassing van artikel 21 van Pro de Beroepswet in samenhang met artikel 8:55 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen:
[opposant], wonende te [woonplaats] (Marokko), opposant,
en
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank, geopposeerde.
I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING
Opposant heeft bij de Raad hoger beroep ingesteld tegen de door de rechtbank Amsterdam op 8 juni 2004, kenmerk AWB 02/4841 ANW, tussen partijen gegeven uitspraak.
Bij uitspraak van 17 december 2004 heeft de Raad het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard op de grond dat het hoger beroepschrift niet binnen de daartoe geldende termijn bij de Raad is ingediend.
Tegen deze uitspraak heeft opposant een verzetschrift ingediend, gedateerd
17 januari 2005.
Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van de Raad, gehouden op 16 september 2005, waar partijen - geopposeerde met voorafgaand bericht - niet zijn verschenen.
II. MOTIVERING
In de uitspraak waartegen opposant in verzet is gekomen heeft de Raad overwogen dat hetgeen opposant heeft aangevoerd als reden voor het te laat indienen van het beroepschrift, te weten dat hij de uitspraak laat heeft ontvangen en dat hij vanwege omstandigheden niet binnen de daarvoor gestelde termijn hoger beroep aan kon tekenen, geen grond bevat op basis waarvan redelijkerwijs kan worden geoordeeld dat opposant niet in verzuim is geweest.
Ten gevolge van het gedane verzet dient de Raad de vraag te beantwoorden of het hoger beroep bij zijn uitspraak van 17 december 2004 terecht niet-ontvankelijk is verklaard.
De Raad beantwoordt die vraag bevestigend en overweegt daartoe als volgt.
In het verzetschrift heeft opposant de Raad onder meer verzocht zijn dossier opnieuw in behandeling te nemen en een nieuwe beschikking af te geven. Opposant heeft geen redenen aangevoerd voor het overschrijden van de beroepstermijn.
Bij brieven van 8 februari 2005 en 11 maart 2005 heeft de Raad opposant in de gelegenheid gesteld nadere verzetsgronden in te dienen. Opposant heeft geen gronden ingediend die zien op het overschrijden van de beroepstermijn.
De Raad stelt derhalve vast dat opposant in verzet geen gronden heeft aangevoerd die afbreuk doen aan de uitspraak waartegen opposant in verzet is gekomen.
Gezien het vorenstaande dient het verzet met toepassing van artikel 21 van Pro de Beroepswet, in samenhang met het vijfde lid van artikel 8:55 van Pro de Awb ongegrond te worden verklaard.
De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Awb.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Verklaart het verzet ongegrond.
Aldus gegeven door mr. J. Janssen als voorzitter en mr. D.J. van der Vos en mr. J. Brand als leden, in tegenwoordigheid van mr. J.E. Meijer als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 28 oktober 2005.
(get.) J. Janssen.
(get.) J.E. Meijer.
RG