ECLI:NL:CRVB:2005:AU5633
Centrale Raad van Beroep
- Herziening
- H. van Leeuwen
- M.M. van der Kade
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek herziening uitspraak kinderbijslag over derde en vierde kwartaal 2000
Verzoeker heeft bij de Centrale Raad van Beroep een verzoek ingediend tot herziening van een eerdere uitspraak waarin de Raad had geoordeeld dat gedaagde terecht de kinderbijslag voor het derde en vierde kwartaal van 2000 had geweigerd. De weigering was gebaseerd op het feit dat het kind niet drie maanden onafgebroken in Nederland verbleef volgens artikel 7b van de Algemene Kinderbijslagwet (AKW).
Verzoeker stelde dat de Raad ten onrechte was uitgegaan van een verkeerde inschrijfdatum van zijn partner in de gemeentelijke basisadministratie, wat volgens hem tot een ander oordeel had moeten leiden. De Raad oordeelde echter dat deze passage geen dragend element van de uitspraak was en dat de vermeende fout geen aanleiding kon geven tot een andere uitspraak.
De Raad verwees naar artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) waarin de voorwaarden voor herziening zijn gesteld, en concludeerde dat niet aan deze voorwaarden was voldaan. Er was geen nieuw feit of nieuwe omstandigheid die tot een andere uitspraak had kunnen leiden.
Daarom wees de Centrale Raad van Beroep het verzoek tot herziening af en bevestigde de eerdere uitspraak dat de kinderbijslag terecht was geweigerd over de genoemde kwartalen.
Uitkomst: Het verzoek om herziening van de uitspraak over de weigering van kinderbijslag wordt afgewezen.