ECLI:NL:CRVB:2005:AU5641
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. ’t Hooft
- H.J. de Mooij
- J.N.A. Bootsma
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek begeleiding op grond van Wet REA voor werknemer WSW
Appellant, gerechtigd op een WAJONG-uitkering en werkzaam als werknemer in de zin van de Wet Sociale Werkvoorziening (WSW), verzocht om begeleiding naar reguliere arbeid op grond van de Wet REA. Gedaagde had eerder een besluit van 16 november 2000, waarin appellant als arbeidsgehandicapte werd aangemerkt, ingetrokken omdat appellant als WSW-werknemer niet onder de doelgroep van de Wet REA valt.
De rechtbank Assen verklaarde de beroepen tegen de afwijzing van het verzoek ongegrond en verwierp het beroep van appellant dat hij ongelijk werd behandeld ten opzichte van WAJONG-uitkeringsgerechtigden zonder WSW-dienstverband. Appellant stelde in hoger beroep dat deze ongelijke behandeling onrechtvaardig was.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellant geen arbeidsgehandicapte is in de zin van de Wet REA, omdat hij werkzaam is als werknemer in de zin van de WSW. De Raad onderschrijft het standpunt dat de zorg voor aangepaste arbeid voor WSW-werknemers een gemeentelijke taak is en dat zij in aanmerking kunnen komen voor begeleid werken bij reguliere werkgevers. De Raad bevestigt de afwijzing van het verzoek en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om begeleiding op grond van de Wet REA wordt afgewezen omdat appellant als WSW-werknemer niet als arbeidsgehandicapte wordt aangemerkt.