ECLI:NL:CRVB:2005:AU5644
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering WAO-uitkering wegens detentie en boeteoplegging
De zaak betreft een geschil over de intrekking en terugvordering van een WAO-uitkering aan gedaagde wegens diens detentie van 5 april tot 3 augustus 2001. Appellant, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, had de uitkering ingetrokken met ingang van 5 mei 2001 en teruggevorderd voor de periode tot 2 augustus 2001. Tevens werd een boete opgelegd.
De rechtbank had het terugvorderingsbesluit vernietigd omdat het volgens haar niet gebaseerd was op een herzieningsbesluit ex artikel 36a van de WAO. De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat artikel 57 van Pro de WAO ook terugvordering mogelijk maakt van anderszins onverschuldigd betaalde uitkeringen, zonder dat een herzieningsbesluit vereist is.
Daarmee slaagt het hoger beroep van appellant en wordt het vonnis van de rechtbank voor zover het terugvordering betreft vernietigd. De Raad verklaart het beroep tegen het terugvorderingsbesluit ongegrond. De boeteoplegging en intrekking van de uitkering blijven onbesproken in dit arrest.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het terugvorderingsbesluit blijft in stand zonder dat een herzieningsbesluit vereist is.