ECLI:NL:CRVB:2005:AU5678
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoenmaker
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Boeteoplegging wegens niet-naleving opgaveverplichtingen volgens Coördinatiewet Sociale Verzekering
Gedaagde maakte gebruik van diensten van een betrokkene voor secretariële taken. Na een looncontrole in 2002 oordeelde het UWV dat betrokkene verzekeringsplichtig was volgens artikel 3 van Pro de sociale werknemersverzekeringswetten. Vervolgens legde het UWV correctienota's en boetenota's op wegens het niet doen van loonopgave over de jaren 1997-2001.
De rechtbank Amsterdam vernietigde de boetenota's omdat zij aannam dat gedaagde een pleitbaar standpunt had over de verzekeringsplicht, mede omdat de looninspecteur aanvankelijk ook twijfelde. Het hoger beroep van het UWV richtte zich op de boeteoplegging.
De Centrale Raad oordeelde dat gedaagde de opgaveplicht uit artikel 10, tweede lid, CSV niet was nagekomen en dat sprake was van grove schuld omdat gedaagde niet in redelijkheid kon menen juist te handelen. De jurisprudentie over de verzekeringsplicht bij zelfstandigen met een zzp-verklaring was helder en gedaagde had de arbeidsrelatie kunnen laten toetsen. De twijfel van de looninspecteur rechtvaardigde geen pleitbaar standpunt. De boete van 25% van de premie was passend en de uitspraak van de rechtbank werd vernietigd.
Uitkomst: De boete van 25% van de premie wegens niet-naleving van de opgaveplicht is terecht opgelegd aan gedaagde.