ECLI:NL:CRVB:2005:AU5716
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen verlaging WAO-uitkering na medische en arbeidskundige herbeoordeling
Betrokkene, voormalig matroos, werd arbeidsongeschikt verklaard na bedrijfsongevallen, met een aanvankelijke WAO-uitkering van 80-100%. Na herbeoordelingen door medische en arbeidsdeskundige experts, waarbij beperkingen werden vastgesteld, verlaagde het UWV de uitkering naar 25-35% arbeidsongeschiktheid. De rechtbank vernietigde dit besluit wegens onvoldoende motivering, met name over de geschiktheid van functies ondanks overschrijdingen in belastbaarheid.
In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat de medische en arbeidskundige grondslag van het besluit voldoende is gemotiveerd. De Raad stelt vast dat de beperkingen adequaat zijn vastgesteld, dat de overschrijdingen op het aspect 'reiken' binnen de aanvaardbare bandbreedte vallen en dat het maatmaninkomen correct is berekend. Ook is de aanzegging aan betrokkene tijdig en zorgvuldig verlopen.
De Raad vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van betrokkene ongegrond, waarmee de verlaging van de WAO-uitkering in stand blijft. Er zijn geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro. De uitspraak bevestigt het belang van een zorgvuldige en goed gemotiveerde beoordeling bij herziening van arbeidsongeschiktheidsuitkeringen.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en het besluit tot verlaging van de WAO-uitkering blijft in stand.