ECLI:NL:CRVB:2005:AU5741
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- D.J. van der Vos
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van gedaagde tot intrekking van zijn WAO-uitkering, omdat hij meent dat de medische beoordeling onzorgvuldig is uitgevoerd. De verzekeringsgeneeskundige rapportage van 2 juli 2001, waarop het besluit is gebaseerd, zou onvoldoende rekening houden met zijn specifieke medische situatie, waaronder zijn linkshandigheid en een rapportage van prof. De Jong.
De Raad heeft overwogen dat de verzekeringsgeneeskundige wel degelijk een medisch onderzoek heeft verricht en niet alleen is uitgegaan van een onderzoek uit 1997. Ook is de rapportage van prof. De Jong meegenomen in de dossierstudie en is de bezwaarverzekeringsarts expliciet ingegaan op deze medische informatie. Er zijn geen gebreken vastgesteld in de rapportages die het besluit ondersteunen.
Verder is vastgesteld dat de functies waarop de schatting is gebaseerd voldoende realiteitswaarde hebben en dat appellant geen belang heeft bij het actualiseren van alle functies. De Raad ziet dan ook geen aanleiding om een onafhankelijk arbeidsdeskundige te benoemen of het besluit te herzien.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt daarom het eerdere oordeel van de rechtbank en verklaart het bezwaar ongegrond. Het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering blijft van kracht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.