ECLI:NL:CRVB:2005:AU5742
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- D.J. van der Vos
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Intrekking WAJONG-uitkering wegens onvoldoende grondslag voor schatting arbeidsongeschiktheid
De zaak betreft de intrekking van de WAJONG-uitkering van gedaagde, die sinds 1984 een arbeidsongeschiktheidsuitkering ontving. Appellant trok de uitkering in 2000 in op grond dat gedaagde minder dan 25% arbeidsongeschikt zou zijn. De rechtbank verklaarde het bezwaar van gedaagde gegrond en vernietigde het besluit van appellant, onder meer omdat sommige functies niet tijdig geactualiseerd waren en de resterende functies onvoldoende arbeidsplaatsen vertegenwoordigden.
Appellant ging in hoger beroep tegen deze uitspraak. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de functie baliemedewerker postkantoor wel tijdig was geactualiseerd en derhalve aan de schatting ten grondslag kon worden gelegd. Samen met andere functies vertegenwoordigde dit meer dan 30 arbeidsplaatsen, wat voldoende is volgens het Schattingsbesluit.
Verder bevestigde de Raad dat het arbeidsongeschiktheidscriterium van 1993 van toepassing is, niet het jeugdgehandicaptencriterium. Het standpunt van gedaagde over excessief ziekteverzuim werd als herhaling van eerdere argumenten beoordeeld en verworpen. De Raad vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waardoor de intrekking van de uitkering standhoudt.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de WAJONG-uitkering blijft in stand.