ECLI:NL:CRVB:2005:AU5744
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- D.J. van der Vos
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Intrekking WAO-uitkering wegens geschiktheid voor functies niet gerechtvaardigd
Appellant ontving sinds 1996 een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Gedaagde trok deze uitkering per 31 januari 2000 in, omdat appellant minder dan 15% arbeidsongeschikt werd geacht op basis van medische en arbeidskundige rapporten. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en oordeelde dat appellant geschikt was voor een aantal functies, waarop de schatting van verdiencapaciteit was gebaseerd.
In hoger beroep betwist appellant de geschiktheid van deze functies vanuit medisch oogpunt. De Raad stelt vast dat enkele functies ongeschikt zijn vanwege beperkingen zoals werken in groepsverband en grote verantwoordelijkheid. Tevens is een functie ongeschikt verklaard vanwege een verhoogd afbreukrisico door psychische beperkingen. De Raad concludeert dat slechts twee functies medisch geschikt zijn, onvoldoende voor een betrouwbare schatting.
De Raad vernietigt daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, en gelast gedaagde een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de overwegingen. Tevens veroordeelt de Raad gedaagde in de proceskosten van appellant en bepaalt dat het betaalde griffierecht wordt vergoed.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd en gedaagde moet een nieuw besluit nemen.