ECLI:NL:CRVB:2005:AU5795
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek kwijtschelding terug te betalen bijstand
Appellant had een bedrag van €4.929,08 aan onverschuldigde bijstand aan de gemeente Arnhem te betalen. Na een verzoek om kwijtschelding dat werd afgewezen, stelde appellant hoger beroep in tegen deze afwijzing. De Raad onderzocht onder meer of appellant correct was uitgenodigd voor de zitting en of het verzoek om kwijtschelding terecht was afgewezen.
De Raad oordeelde dat appellant op correcte wijze was uitgenodigd, ondanks dat de uitnodiging niet persoonlijk in ontvangst was genomen. Vervolgens werd beoordeeld of appellant voldeed aan de voorwaarden van de Algemene bijstandswet om kwijtschelding te verkrijgen. Omdat appellant nog niet was begonnen met aflossen en geen schuldregeling was getroffen, voldeed hij niet aan de voorwaarden van artikel 78a, 78b en 78c Abw.
Ook de vaststelling van het maandelijkse aflossingsbedrag van €61,45 werd door de Raad bevestigd, waarbij hij zich aansloot bij de overwegingen van de rechtbank. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De Raad zag geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek om kwijtschelding bevestigd.