ECLI:NL:CRVB:2005:AU5812
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- M.C. Bruning
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen herziening WAO-uitkering wegens psychische beperkingen
Appellant, voormalig welzijnsambtenaar, werd sinds 1987 arbeidsongeschikt verklaard met een WAO-uitkering die aanvankelijk was vastgesteld op 80 tot 100% arbeidsongeschiktheid. In 2002 werd deze uitkering herzien naar 35 tot 45% arbeidsongeschiktheid, waarna appellant bezwaar maakte en in eerste aanleg ongegrond werd verklaard.
In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn psychische beperkingen niet juist waren ingeschat en dat zijn eigen beleving onvoldoende werd meegewogen. Hij overhandigde een verklaring van zijn huisarts die zijn beperkingen bevestigde. Gedaagde herzag daarop het besluit en stelde de WAO-uitkering vast op 45 tot 55% arbeidsongeschiktheid, gebaseerd op een gewijzigde vaststelling van het maatmaninkomen.
De Raad overwoog dat appellant geen belang meer had bij het hoger beroep nu het besluit was herroepen en appellant geen schadevergoeding vorderde. De medische beoordeling door verzekeringsarts Niemeijer, ondersteund door het rapport van neuroloog Kemperman, werd als objectief en zorgvuldig beschouwd. Het beroep op het vertrouwens- en gelijkheidsbeginsel werd afgewezen. Het hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het nieuwe besluit ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het nieuwe besluit ongegrond.