ECLI:NL:CRVB:2005:AU5816
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toepasselijke sociale zekerheidswetgeving voor commissaris in Nederland en België
De zaak betreft een geschil tussen de Sociale verzekeringsbank en een gedaagde over de toepasselijke sociale zekerheidswetgeving voor werkzaamheden als commissaris in Nederland en België in het jaar 2000.
De Sociale verzekeringsbank weigerde een verklaring af te geven dat de Nederlandse wetgeving van toepassing was, omdat zij de werkzaamheden als commissaris kwalificeerde als loondienst, terwijl gedaagde zich als zelfstandige zag. De rechtbank had het beroep van gedaagde gegrond verklaard en het besluit vernietigd.
In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep dat de werkzaamheden als commissaris in Nederland onder de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ) vallen, waardoor gedaagde als zelfstandige moet worden beschouwd volgens artikel 1, sub a, i, van EG-Verordening 1408/71. De Raad wijst de stelling van de Sociale verzekeringsbank af dat de werkzaamheden als werknemer moeten worden aangemerkt en bevestigt dat de dubbele kwalificatie binnen de Nederlandse wetgeving niet relevant is voor de toepassing van de verordening.
De Raad ziet geen aanleiding voor prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie en bevestigt het bestreden vonnis. De Sociale verzekeringsbank moet een nieuwe beslissing nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de werkzaamheden als commissaris in Nederland als zelfstandige werkzaamheden onder de WAZ moeten worden gekwalificeerd.