ECLI:NL:CRVB:2005:AU5912
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- R.H.M. Roelofs
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstandsuitkering wegens vermogen boven vrijlatingsgrens ondanks overschrijding redelijke termijn
Appellant ontving samen met zijn partner bijstand op grond van de Algemene Bijstandswet. Naar aanleiding van gegevens over onbekende bankrekeningen op naam van de partner, trok het college de bijstand in en vorderde het de kosten terug wegens vermogen boven de vrijlatingsgrens.
Appellant stelde dat hij niet op de hoogte was van de bankrekeningen en dat de lange duur van de procedure (ruim vier jaar) de redelijke termijn volgens artikel 6 EVRM Pro had overschreden, waardoor terugvordering niet meer mogelijk zou zijn. Tevens verzocht hij om vergoeding van immateriële schade door de procedurele vertraging.
De Raad oordeelde dat onbekendheid met de handelwijze van de partner geen vruchtbaar verweer is en bevestigde de terugvordering. Hoewel de redelijke termijn was overschreden, leidde dit niet tot het vervallen van de terugvorderingsverplichting. Het verzoek om immateriële schadevergoeding werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing en omdat de bezwaarprocedure begrijpelijkerwijs parallel liep met die van de partner.
De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De terugvordering van bijstand wegens vermogen boven de vrijlatingsgrens wordt bevestigd en het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt afgewezen.