ECLI:NL:CRVB:2005:AU6130
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- D.J. van der Vos
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante, werkzaam als agrarisch medewerkster, meldde zich ziek wegens vermoeidheidsklachten en vroeg een WAO-uitkering aan. De verzekeringsarts stelde op basis van onderzoek en overleg met de psycholoog een Functionele Mogelijkhedenlijst op, waarin werd vastgesteld dat appellante 40 uur per week kon werken met enkele beperkingen.
Appellante stelde dat zij slechts vier uur per dag kon werken en verwees naar medische verklaringen van artsen en psychologen. De Raad concludeerde echter dat deze verklaringen niet betrekking hadden op de relevante datum en dat de klachten onvoldoende onderbouwd waren om de eerdere beoordeling te wijzigen.
De Raad oordeelde dat het onderzoek van de verzekeringsarts zorgvuldig en volledig was en dat appellante niet medisch meer beperkt was dan vastgesteld. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de afwijzing van de WAO-uitkering wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.