ECLI:NL:CRVB:2005:AU6268
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.G.M. Simons
- A.B.J. van der Ham
- W.I. Degeling
- Rechtspraak.nl
Herziening en intrekking bijstandsuitkering na niet opgegeven werkzaamheden in horeca
Appellanten ontvingen een bijstandsuitkering volgens de Algemene bijstandswet (Abw). Naar aanleiding van een anonieme tip over niet opgegeven werkzaamheden in een horecagelegenheid heeft de gemeente een onderzoek ingesteld. Uit het onderzoek, inclusief een schriftelijke verklaring van de eigenaar van de horecagelegenheid, bleek dat appellant gedurende 40 uur productieve werkzaamheden had verricht zonder dit te melden.
De Raad oordeelde dat deze werkzaamheden niet als hobby konden worden aangemerkt, mede omdat het ging om gespecialiseerde werkzaamheden in een commerciële onderneming. Op grond van vaste jurisprudentie werd een fictief inkomen vastgesteld op het niveau van het geldende minimumloon, aangezien de daadwerkelijke inkomsten niet konden worden vastgesteld.
De herziening van de bijstandsuitkering en de terugvordering van de onterecht ontvangen bijstand over de periode van 1 april 2002 tot en met 31 mei 2002 werden door de Raad bevestigd. Er waren geen dringende redenen om van herziening of terugvordering af te zien. De eerdere uitspraak van de rechtbank Zutphen werd daarmee bekrachtigd en de proceskosten werden niet aan appellanten opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening en terugvordering van bijstand wegens niet opgegeven werkzaamheden.