ECLI:NL:CRVB:2005:AU6424
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Verzekeringsrechtelijke beoordeling kinderbijslag en WAO-uitkering bij verblijf in het buitenland
Betrokkene, woonachtig in Marokko, ontving vanaf 5 maart 1985 een WAO-uitkering die vanaf 1 april 1988 werd geschorst wegens het niet verschijnen bij een keuring. De Sociale verzekeringsbank (appellant) stelde dat hierdoor de verzekering voor de Algemene Kinderbijslagwet (AKW) vanaf het tweede kwartaal van 1988 was komen te vervallen en vorderde terugvordering van kinderbijslag.
De rechtbank Amsterdam vernietigde dit standpunt en oordeelde dat betrokkene wel verzekerd bleef voor de AKW. De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel en stelt vast dat betrokkene vanaf 5 maart 1985 doorlopend volledig arbeidsongeschikt was en daarmee verzekerd voor de AKW, ook gedurende de periode van schorsing van de WAO-uitkering.
De Raad wijst het hoger beroep van de Sociale verzekeringsbank af en veroordeelt haar in de proceskosten van betrokkene. Tevens wordt bepaald dat de Sociale verzekeringsbank een recht van € 414,- moet heffen. De uitspraak benadrukt dat de verzekering voor de AKW niet automatisch vervalt door schorsing van de WAO-uitkering en dat de terugwerkende uitbetaling van WAO-uitkering niet leidt tot hernieuwde verzekering.
Uitkomst: Het hoger beroep van de Sociale verzekeringsbank wordt afgewezen en betrokkene blijft doorlopend verzekerd voor de Algemene Kinderbijslagwet.