ECLI:NL:CRVB:2005:AU6438
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WAO-belastbaarheid bij RSI-klachten en geschiktheid functies
Gedaagde, een hoofdtelemarketeer met RSI-klachten, kreeg aanvankelijk een WAO-uitkering toegekend van 45-55% arbeidsongeschiktheid. Na bezwaar en heroverwegingen werd dit verhoogd naar 55-65% vanwege beperkingen in onder andere hand- en vingergebruik, tillen en bovenhands werken. Diverse medische deskundigen, waaronder revalidatie-arts Blanken, bevestigden de ernst van de klachten en stelden dat gedaagde niet geschikt is voor voltijdse uitoefening van de geduide functies.
De Raad oordeelde dat de beperkingen objectief medisch vaststelbaar zijn en dat de deskundige Blanken zijn oordeel goed heeft onderbouwd. De functies die gedaagde zou kunnen vervullen, overschrijden zijn belastbaarheid, vooral op arm-handgebied. Hoewel appellant stelde dat RSI en het costoclaviculair syndroom geen aanleiding geven tot urenreductie, werd dit verworpen omdat het oordeel van de deskundige zich richtte op de geschiktheid voor specifieke functies, niet op algemene urenbeperkingen.
De Raad bevestigde het bestreden besluit van de rechtbank Amsterdam en veroordeelde appellant in de proceskosten van gedaagde. Hiermee werd de WAO-uitkering van 55-65% arbeidsongeschiktheid gehandhaafd, met erkenning van de beperkingen door RSI en aanverwante klachten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de WAO-uitkering van 55-65% arbeidsongeschiktheid wegens RSI-klachten en ongeschiktheid voor voltijdse functies.