ECLI:NL:CRVB:2005:AU6461
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit WAO-afwijzing en proceskostenvergoeding aan appellant
Appellant diende een aanvraag in voor een WAO-uitkering die door het UWV op 4 mei 2004 werd afgewezen wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. Na bezwaar handhaafde het UWV het besluit op 23 september 2004, maar de rechtbank Roermond verklaarde dit besluit op 28 april 2005 gegrond en vernietigde het, waarbij de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand bleven.
In hoger beroep heeft het UWV op 22 augustus 2005 het besluit ingetrokken en appellant alsnog volledig arbeidsongeschikt verklaard met terugwerkende kracht tot 13 mei 2004, waarmee aan de bezwaren van appellant volledig werd tegemoetgekomen. De Raad oordeelde dat appellant ondanks de intrekking belang behield bij vernietiging van het bestreden besluit en heeft dit besluit vernietigd.
Daarnaast veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van de wettelijke rente over de na te betalen uitkering en tot vergoeding van de proceskosten van appellant, inclusief het in hoger beroep betaalde griffierecht. De proceskosten werden begroot op €1.009,-, waarvan €644,- voor rechtsbijstand in bezwaar en €322,- voor rechtsbijstand in hoger beroep, plus €43,- voor inlichtingen van een kliniek.
De uitspraak is definitief en er staat geen rechtsmiddel meer open.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en het UWV wordt veroordeeld tot schadevergoeding en proceskostenvergoeding aan appellant.