ECLI:NL:CRVB:2005:AU6517
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- Rechtspraak.nl
Hoofdelijke aansprakelijkheid bestuurder voor premieschuld wegens kennelijk onbehoorlijk bestuur
De zaak betreft de vraag of betrokkene terecht hoofdelijk aansprakelijk is gesteld voor de door de besloten vennootschap onbetaald gelaten premies werknemersverzekeringen over 2001 en 2002. De rechtbank had het besluit van het UWV vernietigd omdat zij oordeelde dat het kennelijk onbehoorlijk bestuur niet aan betrokkene kon worden toegerekend.
De Centrale Raad van Beroep stelt vast dat betrokkene formeel als bestuurder stond ingeschreven en dat de vennootschap niet in gebreke is gebleven met de mededelingsplicht. De Raad overweegt dat het aan het UWV is om aannemelijk te maken dat het niet betalen van de premies het gevolg is van kennelijk onbehoorlijk bestuur dat aan betrokkene is toe te rekenen.
De Raad oordeelt dat betrokkene zich onvoldoende heeft ingespannen om de premieschuld te voorkomen. Hij hield zich niet bezig met de financiële administratie, ondanks signalen van de bank, en heeft te lang en lichtvaardig gehandeld. Dit leidt tot de conclusie dat betrokkene zijn verantwoordelijkheid als bestuurder niet heeft genomen en dat hij terecht aansprakelijk is gesteld.
De aangevallen uitspraak wordt vernietigd, het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV blijft in stand.
Uitkomst: De bestuurder is terecht hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor de onbetaalde premies van de besloten vennootschap wegens kennelijk onbehoorlijk bestuur.