ECLI:NL:CRVB:2007:BB6458
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- B.J. van der Net
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Hoofdelijk aansprakelijkheid bestuurder voor onbetaalde premies wegens kennelijk onbehoorlijk bestuur
Betrokkene was bestuurder van een lichaam dat premies over de periode 2000 tot 2001 niet betaalde. Appellant stelde betrokkene hoofdelijk aansprakelijk op grond van kennelijk onbehoorlijk bestuur volgens artikel 16d CSV. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit tot aansprakelijkstelling.
Appellant ging in hoger beroep en voerde aan dat betrokkene door passiviteit en onvoldoende toezicht kennelijk onbehoorlijk bestuur heeft gepleegd. De Raad beoordeelde of appellant de bewijslast had voldaan en concludeerde dat aanwijzingen onvoldoende waren onderbouwd en dat het causaal verband deels ontbrak.
De Raad oordeelde dat het lichaam geen betalingen buiten de administratie hield, maar dat sommige betalingen niet als loon waren verantwoord, hetgeen niet automatisch kennelijk onbehoorlijk bestuur betekent. De door appellant aangevoerde gedragingen waren onvoldoende om aansprakelijkheid te rechtvaardigen.
De Raad bevestigde daarom het vonnis van de rechtbank, zij het op andere gronden, en veroordeelde appellant tot betaling van proceskosten aan betrokkene. De hoofdelijk aansprakelijkheid van betrokkene werd verworpen wegens gebrek aan voldoende bewijs van kennelijk onbehoorlijk bestuur.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat betrokkene niet hoofdelijk aansprakelijk is wegens kennelijk onbehoorlijk bestuur en veroordeelt appellant tot betaling van proceskosten.