ECLI:NL:CRVB:2005:AU6824
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- J.J.A. Kooijman
- S.W. van Osch-Leysma
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsuitkering wegens onjuiste woonadresverstrekking
Appellant vroeg op 5 september 2002 bijstand aan bij de gemeente Hoogezand-Sappemeer. De gemeente voerde een onderzoek uit naar zijn woonsituatie, waarbij observaties, een onaangekondigd huisbezoek en een rapport van 15 november 2002 werden opgesteld. Uit het onderzoek bleek dat appellant niet op het opgegeven adres woonde; tijdens het huisbezoek was hij afwezig en werden geen persoonlijke spullen aangetroffen.
Daarnaast werd vastgesteld dat zijn auto niet bij het opgegeven adres stond, maar bij het adres van zijn ex-echtgenote. Appellant verklaarde zijn persoonlijke spullen in de auto te bewaren, maar bij inspectie werden geen kledingstukken gevonden. Een schriftelijke verklaring van een wijkverpleegkundige bevestigde dat appellant tijdelijk bij zijn ex-echtgenote verbleef.
De Raad concludeerde dat appellant onjuiste en onvolledige informatie had verstrekt over zijn woonadres, waardoor hij zijn inlichtingenplicht schond. Hierdoor kon niet worden vastgesteld of hij recht had op bijstand. De afwijzing van de aanvraag door de gemeente werd daarom terecht geacht en het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
De Raad zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en bevestigde de uitspraak van de rechtbank Groningen van 26 april 2004. De zitting vond plaats op 25 oktober 2005 en het arrest werd uitgesproken op 22 november 2005.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand is terecht afgewezen omdat appellant niet woonachtig was op het opgegeven adres en onjuiste informatie verstrekte.